2018-08-19


Voor de orde van dienst klik hier

Bij Efeziërs 4,32-5,14

Wees goed voor elkaar en vol medeleven,
vergeef elkaar zoals God u in Christus vergeven heeft.

Volg dus het voorbeeld van God, als kinderen die hij liefheeft
en ga de weg van de liefde, zoals Christus, die ons heeft liefgehad
en zich voor ons gegeven heeft als offer, als een geurige gave voor God.

Van wie ben jij d’r één? Die vraag hoorde ik als kind met regelmaat. Vaak dan gevolgd door de observatie: kun je wel zien, kind van je vader. Van wie ben jij er één… vraagt Paulus. Is aan je te zien bij wie je hoort. Ben jij een kind van je vader?

Het gaat in heel de Efeze-brief om de navolging, zoals dat klassiek heet, ‘imiteren’ staat er letterlijk. Het gaat Paulus om de ‘Imitatio Christi’, het nadoen,van Christus. Doe zoals hij doet, wees goed voor elkaar en vol medeleven, vergeef elkaar zoals God u in Christus vergeven heeft.’ Volgers moet je zijn, imitators, want je bent er één van hem. En dan lijk je dus ook op hem.

Mooi, maar ook een moeilijke gedachte. Want wij zijn niet als God, en niet als Christus. En het zou ook een ernstig misverstand zijn om te denken dat het een haalbare kaart is om net te worden als God, om net zo te kunnen zijn als Christus. Wij zeggen wel eens van iemand: hij gedraagt zich alsof hij God zelf is. En dan is dat geen compliment. Dan bedoelen we iemand die al te zeer met zichzelf ingenomen is, omdat hij of zij zich boven alles en iedereen verheven voelt. Door de eeuwen heen is dat nou net wat we ‘zonde’ zijn gaan noemen, je gedragen alsof je God zelf bent.

Wij zijn niet als God, en wij zijn niet als Christus. En als het goed is weten we dat zelf ook. En toch spreekt de brief aan de Efeziërs van imitators van God, navolgers van Christus, en wordt ons gezegd zo te leven dat te zien is bij wie wij horen, op wie wij lijken. En dan wordt Paulus praktisch, en gaat het over ontucht en zedeloosheid, over hebzucht, over platvloerse taal, en over de vruchteloze praktijken van de duisternis.

Bij het horen van deze woorden dienen zich onherroepelijk in mijn hoofd de bekende verhalen aan over misbruik en verkrachting . Via allerhande onzerzoeksrapporten doemen steeds weer nieuwe verhalen op uit de duisternis, over wat er gebeurd is, vaak al vele jaren geleden. ‘Het licht brengt goedheid voort en gerechtigheid en waarheid.’ Schrijft Paulus 20 eeuwen geleden al. Zo is het voor veel van de slachtoffers vandaag. Voor mensen die met een gat in hun ziel groot zijn geworden, met geschonden vertrouwen in wie als een vader had moeten zijn. Wie als God had moeten zijn. Op Christus had moeten lijken.

Het is altijd uiterst schrijnend als misbruik aan het licht komt. Als je weet dat mensen beschadigd zijn geraakt, en een leven lang daarmee hebben moeten leven, in het geheim, of onbegrepen. De wereldwijde ‘me-too’ beweging heeft voor alle verborgen slachtoffers veel goeds betekend, en veel aan het licht gebracht. ‘Alles wat openbaar wordt, is zelf licht’. Schrijft Paulus treffend.

Maar als zich die ‘ontucht’ dan ook nog heeft afgespeeld binnen de kaders van de gemeente van Christus, dan is daar nog een extra dimensie in het geding: die van de Imitatio, het zijn als God. Dan is het navolgen van Christus in het geding, waar in de gemeente naar gestreefd wordt. Dan wordt dus ook het beeld van de Vader geschonden, en geloof en vertrouwen in Christus verkracht.

‘Neem geen deel aan de vruchteloze praktijken van de duisternis, maar ontmasker die juist, want wat daar in het verborgene gebeurt, is te schandelijk voor woorden.’ Ook de afgelopen week waren er weer nieuwe onthullingen van ontucht, van het toedekken van schuld, en het koesteren van de duisternis rond wat niet goed is. Alsof Paulus zijn brief voor vandaag als kanselboodschap heeft geschreven.

We kennen uit het nieuws de verhalen over de Rooms Katholieke Kerk, over de Jehova’s getuigen, en de verontwaardiging daarover is groot, en terecht. Maar ook in onze Protestantse Kerk is het aan de orde en zijn er ook vandaag de dag tuchtprocedures nodig. En wij weten dat in vroeger jaren ook vaak de zogenaamde ‘mantel der liefde’ werd gehanteerd. Dan ging een dominee die te ver was gegaan met een catechisant gewoon naar een andere gemeente. Probleem opgelost. Zo leek het dan tenminste. En dan zegt een bevriende collega zeer treffend: ‘het stinkt in onze kerk nergens zo als ònder de mantel der liefde’.

En natuurlijk: wij leven allemaal van vergeving, niemand van ons is perfect en zonder falen. En wij worden ook gehouden om elkaar te vergeven, zoals God ons in Christus vergeven heeft. Zo ook de brief aan de Efeziërs. Maar wie te snel met vergeving aan komt zetten bagatelliseert daarmee het onrecht, of verdoezelt het, en maakt de duisternis alleen maar groter. Wie vergeven wil worden moet in het volle licht aanvaarden wat niet goed was, uit zijn slaap ontwaken, zijn gedrag wijzigen, en rechtzetten wat rechtgezet kan worden. En dan wachten, en geduld oefenen, tot degene aan wie kwaad is gedaan zover is om vergeving aan te bieden. Vergeving is een geschenk, en genadig.

Mij wordt met regelmaat gevraagd waarom toch in de bijbel gesproken wordt over de toorn van God, ook door Paulus. En over Gods wraak en vergelding, juist in zo’n prachtig visioen als dat van Jesaja. Ieder mens aan wie serieus onrecht is gedaan zal kunnen beamen hoe belangrijk het is dat onrecht aan het licht komt, ontmaskerd wordt, en dat wat kwaad was recht gezet wordt. En als wij dat als mensen zelf niet kunnen, dan moeten we er op kunnen vertrouwen dat het bij God wèl goed zal zijn, en dat hij recht zal doen. Zonder recht kan vrede niet zijn, en eeuwige vreugde.

De reformatie heeft met recht benadrukt dat een mens zijn heil niet kan verdienen, en dat wij allemaal leven van Gods genade en vergeving. En dat onderschrijf ik graag. Maar dat mag niet betekenen dat geloven niets van doen heeft met je leven, met je levenswandel. Ook voor ons geldt: volg het voorbeeld van God, en doe je best Christus te imiteren, als kinderen van het licht. Laat zien van wie je er één bent. ‘Wees goed voor elkaar en vol medeleven; vergeef elkaar zoals God u in Christus vergeven heeft.’

Wat wij zien van Christus, en hoe hij zijn leven heeft geleefd, vertelt ons iets over zijn Vader. Zo vader zo zoon. En zo spreekt de Efeze-brief ook over navolging, over imitatie in de gemeente. Zoals wij in Christus iets kunnen zien van God, omdat hij het beeld is van de Vader, zo wordt in het leven van de gemeente zichtbaar wie zij volgt, bij wie zij hoort, en in wiens geest zij leeft, als kinderen van het licht. Dat hopen we tenminste, dat proberen we, daar mogen wij elkaar op aanspreken, en dat oefenen we, als het goed is.

Wij zijn niet als God, en wij zijn niet als Christus. Een imitatie is op zijn best een afspiegeling van het origineel. Maar dat weerhoudt Paulus er niet van mensen op te roepen het te wagen met het voorbeeld van Christus, en het te wagen met zijn licht, als mensen die ontwaakt zijn uit de slaap, omdat Christus heeft laten zien wat het leven in Gods geest voorstelt. Gedraag je daar dan ook naar. Laat zien bij wie je hoort. Ga de weg van de liefde. spreek woorden van dank, wees goed voor elkaar en vol medeleven, en vergeef elkaar zoals God u in Christus vergeven heeft.  

Bloemen illustratie
Illustratie

Kerkdiensten

Agenda

Actueel

Over ons

Kerkblad 'Onderweg'

Doen

Contact




RSS Feed

powered by Mahieu