2018-08-12


Zondag 12 augustus 2018, voor de orde van dienst klik hier

Efeze 4, vers 17-32, over 'anders zijn'                                                           

Paulus schrijft aan de gemeente, aan de mensen in Efeze, en aan alle andere lezers van deze brief. Hoe moet dat eigenlijk, leven als christen, kerk van christus zijn. Het was nieuw, de gemeenschap van mensen die Christus hebben leren kennen. De eerste gemeente bestond uit louter bekeerlingen, mensen die een keuze hadden gemaakt, geraakt waren door het evangelie. Maar hoe moest het dan verder? Wat maakt je tot gemeente van Christus. En die vraag is gebleven. Hoe doe je dat gemeente zijn, kerk zijn.

En dan maakt Paulus een scherp onderscheid in deze brief tussen christenen en niet-christenen., heidenen. En hij doet dat niet om superioriteit te bevorderen, of het gevoel dat wij als christenen beter zijn dan anderen. Het onderscheid dat in deze tekst wordt gemaakt tussen Christenen en heidenen is in eerste instantie een neutraal en feitelijk onderscheid en zeker geen oordeel. Letterlijk staat er in de tekst eenvoudig ‘volken’, zoals ook in het Oude Testament zo vaak wordt gesproken over Israël en de volken.

Op eenzelfde manier spreekt de schrijver van deze brief over ‘de volken’. Hij sluit heel bewust aan bij de oude manier om het verschil tussen Israël en de volken duidelijk te maken, het volk dat weet heeft van deze God, en de rest. Want het is deze God, de God van Israël, die zich opnieuw heeft laten kennen aan mensen. Jullie hebben Christus leren kennen, over hem gehoord, onderricht van hem gekregen. En dat maakt je anders dan de rest.

Er is stevig gedebatteerd, en wellicht geruzied in de eerste gemeenten, over hoe dat nou moest met de christenen uit de volken. zij die weliswaar Christus hadden geleerd, maar zich voor het overgrote deel niet bekeerden tot de joodse leefregels. Moest dat toch niet van hen geëist worden? Had Jezus zelf niet ook geleefd als een gehoorzaam kind van God, binnen de traditie van het Jodendom?

In Handelingen 15 wordt verslag gedaan van de vergadering in Jeruzalem waar deze kwestie besproken is. En ook Paulus moet daarvoor overkomen, om te overleggen met de apostelen en de oudsten. Want het was nogal wat, om de christenen uit de volken, op gelijke voet te behandelen als het Godsvolk.

En toch is dat wat de vergadering in Jeruzalem besluit. In de aanhef van de boodschap die zij sturen aan de gemeenten laten ze geen ruimte voor misverstanden: direct in de aanhef worden zij aangesproken als ‘broeders en zusters die uit de heidense volken afkomstig zijn.’ Tegen die achtergrond spreekt de Efeze-brief over heidenen en christenen.

Wij die christus hebben geleerd, en de rest….. En dan is er verschil. Want Jezus volgen doet iets met je prioriteiten. En dan gaat het niet over buitenkerkelijken, dan gaat het niet om wat voor soort oordeel over wie dan ook, dan gaat het over ons, wij zijn de aangesprokenen. Dan gaat het over iedere mens die een weg zoekt met wat we van Jezus hebben geleerd. En hoe doe je dat….. in een wereld van mensen die anders zijn, leven met andere prioriteiten. Ik denk dat de vraag vandaag net zo lastig is als toen.

Bij Jezus in de leer zijn, zo legt Paulus uit, betekent dat er een einde komt aan losbandigheid, aan de leugen, aan bedrieglijke begeerten. Dat je weet wat donker is, kwaad. Niet vervreemd van het leven met God. Een leven waarin iedere mens tot zijn recht kan komen. Een leven in Gods geest, leven met Christus, is principieel iets anders dan gewoon je eigen gang gaan.

En zo spreekt de Efeze-brief over het afleggen van de oude mens, over voortdurend vernieuwd moeten worden. Een eenmalige bekering is niet waar het in het leven van een gelovig mens om draait. Bij Jezus in de leer zijn betekent niet dat je van de ene dag op de andere een beter mens wordt, het wil ook niet zeggen dat je van de ene dag op de andere van al je slechte eigenschappen en gewoontes verlost bent. Die neem je mee, een leven lang.

Maar jullie hebben Christus leren kennen, en daardoor weten we dat het anders kan, weten we ook dat we voortdurend bij Hem in de leer blijven om ons te scherpen, en te oefenen, en te zoeken naar hoe we in zijn geest ons leven inrichten. Ook vandaag oefenen we daarmee, zijn we ieder op onze eigen manier in gesprek met ons geloof, en wat dat betekent, en hoe je dat doet. Gelovig zijn, gemeente zijn.

En heel praktisch zet Paulus het dan nog even op een rijtje, wat dat zoal betekent: niet tegen elkaar liegen maar de waarheid spreken in de gemeente. Als je boos wordt is het een zonde om de zon onder te laten gaan over je boosheid. Wie dat doet geeft het kwade denken, en de duivel veel te veel ruimte. Verdien eerlijk de kost, dus leef niet ten koste van een ander, over de rug van een ander. En geef iets weg aan wie het nodig heeft. Spreek geen negatieve taal die afbreekt, maar spreek goede opbouwende woorden die goeddoen aan wie ze hoort.

Kortom, leef met elkaar in vrede, met respect voor een ander. Simpel misschien, maar ook voor ons een opgave, een heilige opgave. En dan is het opvallend dat het in dit advies van Paulus, waarin het toch gaat over het afdoen van de oude mens, om wat het betekent om bij Christus in de leer te zijn – dan is het opvallend dat het hier niet primair gaat om je privégeloof, of om je persoonlijke heil. Doe dit, zegt hij, omdat je elkaars ledematen bent, bij elkaar hoort, omdat je als gemeente getuigt van Christus, zijn visitekaartje bent in deze wereld.

Bij Christus in de leer zijn, de nieuwe mens aantrekken, die naar Gods wil geschapen is in waarachtige rechtvaardigheid en heiligheid…. Bij Christus in de leer zijn openbaart zich in de relaties tussen mensen. De oude mens afleggen wil zeggen dat je niet alleen maar leeft voor jezelf. Want in de relatie met de mensen om ons heen leren we wat het is om Christus te kennen. Daar moet het gebeuren, en niet alléén in de stilte van de binnenkamer. De nieuwe mens, naar God geschapen, leeft in zijn Geest, weet van het leven zoals het is bedoeld. En is daarom anders dan de volken.

Dat maakt het er niet altijd makkelijker op. Want het is heel eenvoudig om te vergeten, om gewoon maar je gang te gaan, je te laten meeslepen door je eigen wensen, en lusten, of mee te praten met anderen. Het is niet makkelijk om er een afwijkende mening op na te houden, anders te zijn, en zo in de wereld je weg te gaan. Dat vraagt om aandacht, om moeite, en vooral om het steeds maar weer te blijven proberen in alle eenvoud, met het evangelie, met Christus. Wetend dat onze geest, en ons denken, voortdurend vernieuwd moeten worden. Of anders gezegd: het gaat om een levenslange zoektocht.

Dat hebben de eerste christenen goed gecommuniceerd in hun wereld. Zij stonden bekend als de mensen van ‘de weg’. Als mensen die op weg zijn in hun leven met Jezus, en zich door hem voortdurend laten vernieuwen. Geen heiligen, maar mensen die met hem leven, en zo ‘anders’ zijn dan de rest.

Voor ons als gemeente betekent dat ook dat wij nog meer zullen moeten leren leven met wat het betekent kerk te zijn in de marge van de samenleving. Om te accepteren dat wij ‘anders’ zijn, leven met andere prioriteiten dan vele anderen. Geen mainstream opvattingen vertegenwoordigen. Een beetje zoals het was voor de gemeente in Efeze temidden van de volken, de heidenen. En hoe dat moet weten wij ook nog niet goed. Het is nog steeds wennen.  Misschien is het ook wel zoeken naar de moed om anders te durven zijn.

En dan kijken we toch ook maar weer naar de praktische Paulus. Dan begint het bij onszelf, bij ons als gemeente. En zegt hij ons Alle wrok en drift en boosheid te laten varen, alle geschreeuw en gevloek, en alle kwaadheid. En goed voor elkaar te zijn, en vol medeleven, en elkaar te vergeven zoals God ons in Christus vergeven heeft. Dan leven wij evangelie.

En dan rest ons niets anders dan een eenvoudig ‘Ja, en Amen’

Bloemen illustratie
Illustratie

Kerkdiensten

Agenda

Actueel

Over ons

Kerkblad 'Onderweg'

Doen

Contact




RSS Feed

powered by Mahieu