2018-08-05


Voor de orde van dienst klik hier

Efeziërs 3: je knieën buigen

Beste heidenen, gemeente van Christus, en overwegend niet-joods, heidenen dus,

Je knieën buigen, voor deze God, dat maakt je tot gelovig mens. Niet je afkomst, ras, status.

Ik buig mijn knieëen voor de Vader, die de vader is van elke gemeenschap in de hemelsferen en op aarde.  Deze God is de oorsprong en grond van het bestaan, voor het hele mensengeslacht, ongeacht in welk huis wij worden geboren, hoe we er uit zien en bij welke godsdienst of kerk wij ook horen.

Het is de basis waar geloof op is gebouwd, dat wij – allemaal - mens zijn in Zijn Naam. Dat maakt ons onherroepelijk tot broeders en zusters, ook als je elkaar niet aardig vindt, het met elkaar niet eens bent. De verbondenheid blijft, en de verantwoordelijkheid voor elkaar. Allemaal kind van diezelfde Vader, de één niet meer dan de ander, de één niet beter dan de ander. In de gemeenschap van de kerk, én daarbuiten.

Het is geen vrijblijvende poëtische geloofspraat als wij zo lezen over deze Vader. Deze belijdenis heeft rechtstreeks gevolgen voor de manier waarop de kinderen van die Vader met elkaar omgaan, hoe wij een ander accepteren als – net als wij en even belangrijk - mens in de Naam van die Vader. Het is een belijdenis die een frontale aanval betekent op alle arrogantie, alle betweterigheid en superioriteit. Want het ene kind is de ouders net zo lief als het andere. Dat geloof, en die attitude, oefenen wij in de gemeenschap van de kerk. Geen mens belangrijker dan een ander. Geen rangen en standen. En soms is dat voor ons hier best lastig, heb ik gemerkt.

Moge deze God ons innerlijke kracht en sterkte schenken door zijn Geest…. zodat door uw geloof Christus kan gaan wonen in uw hart, en u geworteld en gegrondvest blijft in de liefde. Het is een gebed om concrete heilsgaven: innerlijke vernieuwing door de Geest, de inwoning van Christus; het is een gebed om geloof. Mensen kunnen daar een leven lang mee worstelen: geloof ik wel, geloof ik wel genoeg, weet ik het wel zeker, bén ik wel goed genoeg…..

Met Paulus bidden wij iedere keer weer, ook vandaag, om de kracht van de Geest, omdat er dagen zijn dat er van die Geest weinig merkbaar is, omdat er dagen zijn dat je teveel aan je hoofd hebt om je knieën te buigen voor de Vader. Wij blijven bidden dat Christus door het geloof in ons hart wonen zal, omdat er dagen zijn dat het hart zo vol is van belangrijkere zaken.

Het is de grote kracht van de bijbelverhalen dat zij verhalen vertellen over mensen van vlees en bloed, mensen die fouten maken, God aanklagen omdat zij niet begrijpen kunnen waarom hun leven loopt zoals het loopt. In onze geloofstraditie worden twijfel en kritische vragen al snel beoordeeld als een vorm van ongeloof. En er zijn mensen die zich diep schuldig voelen omdat zij op moeilijke momenten in hun leven het helemaal niet kunnen vinden met hun God, en al helemaal niet zo zeker zijn van hun geloof.

Maar het is juist het wezen van de relatie met de vader dat je voor Zijn aangezicht kunt verschijnen met je hele hebben en houden, omdat hij weet wat je op je hart hebt, dat je juist in de relatie met Hem een eerlijk mens kunt zijn, met al je klachten en vragen of boosheid. En dan bidden ook wij, om kracht en sterkte door zijn Geest, dan bidden ook wij – juist op de momenten dat we het niet zien zitten, en God misschien wel ver weg lijkt – dan bidden wij om geloof in christus die woont in ons hart, om zijn ontferming over ons. Dan buigen wij de knieën.

Ons hart is in de taal van de bijbel wie wij werkelijk zijn, met al onze vragen, twijfels en onzekerheden, met onze aardigheden en onaardigheden. Het is wie wij zijn, en wat wij doen, geest, verstand en wil, en wie wij zijn in relatie met anderen, met de broeders en zusters van diezelfde vader. En dan gaat het om de vraag hoe wij werkelijk ten volle mens kunnen zijn in relatie met de vader, in de geest van Christus. Geworteld en gegrond in zijn liefde leren wat het betekent om mens te zijn, om broeders en zusters te zijn, om te leven in dienst van elkaar, tot eer van de Vader. Een vraag die een leven lang meegaat.

Daarom buig ik mijn knieën voor de Vader, zodat hij vanuit zijn rijke luister, uw innerlijk wezen kracht en sterkte schenkt door zijn Geest, zodat door uw geloof Christus kan gaan wonen in uw hart. Het is een gebed dat wij blijven bidden, om ons te laten vernieuwen, om ons te bepalen bij wat geloof voor ons betekend, voor mij, vandaag.

Geworteld en gegrondvest in de liefde, de liefde van Christus kennen die alle kennis te boven gaat….. Om cognitief kennen gaat het hier niet, zeg ik er voor de zekerheid toch maar bij. Het gaat hier niet om een weten van feiten, om kennis van zaken, om het lezen van veel theologische boeken. Liefde is ten leste niet te definiëren, of te beredeneren. Liefde leren en ervaren mensen alleen in relatie met anderen, in het vertrouwen dat je een ander schenkt, het vertrouwen dat je ontvangt.

Christus heeft ons verhalen verteld, voorgedaan wat liefde is, en wat vertrouwen in God betekent. In alle verhalen die wij vertellen van hem gaat het daarom: hoe leef je van het vertrouwen op God, hoe leef je zijn liefde met elkaar, binnen en buiten je eigen kleine kring. Dat vertrouwen en die liefde worden ons geschonken, aangeboden. Jezus nodigt ons uit om daarvan te leven. Om het te wagen met God, te bidden om zijn Geest, te leven van zijn liefde. Hij is als het brood dat wij breken en de wijn die wij delen. Het enige dat je hoeft te doen is je hand op te houden, en te ontvangen, en je te laten sterken.

Zoals in iedere relatie gaat het ook in geloof om het vertrouwen dat daarvoor ruimte geeft, en plaats maakt voor de geest van God, voor zijn kracht en sterkte. Ook als de liefde van Christus al onze kennis te boven gaat. ‘Ik heb een kinderlijk geloof’, vertelde iemand mij onlangs. En toen ik daarover nadacht realiseerde ik mij dat er niets kinderàchtigs is aan het vertrouwen dat daarmee onder woorden wordt gebracht. Want hier gaat het om - juist in een volwassen geloof - om het vertrouwen op de liefde van Christus die alle kennis te boven gaat.

Straks ga ik bij het avondmaal zeggen, bij de nodiging, dat iedereen die zich aangesproken weet door de woorden van de Heer van de kerk, ook welkom is aan zijn tafel. Hij nodigt u uit, ieder van u, ongeacht ras, afkomst, of status… hij nodigt u uit om mee te doen, om het aan te durven met Jezus Christus, met de Vader. U hoeft alleen maar antwoord te geven, door mee te doen, en het met die liefde aan te durven. U wordt genodigd.

En dan is de liefde van Christus geen abstract begrip. De liefde van Christus bestaat daar waar zij gepraktiseerd wordt, daar waar mensen leven in zijn geest. Daar waar zij de relatie aandurven, ja en amen durven zeggen, en hun hand durven ophouden.

Aan hem die door de kracht die in ons werkt bij machte is oneindig veel meer te doen dan wij vragen of denken, aan hem komt de eer toe, in de kerk en in Christus Jezus, tot in alle generaties, tot in eeuwigheid. Amen

 

Bloemen illustratie
Illustratie

Kerkdiensten

Agenda

Actueel

Over ons

Kerkblad 'Onderweg'

Doen

Contact




RSS Feed

powered by Mahieu