2018-07-15


Duinzichtkerk, zondag 15 juli, voor de orde van dienst klik hier
Efeziers 1, 1-14 / Jesaja 55, vers 6-9

Gemeente van Jezus Christus,

Want dat zijn we. Mensen die om wat voor reden dan ook hier vandaag zijn. Hier vormen wij de kring van mensen die wat hebben met Jezus, met zijn verhaal.  Gemeente van Jezus Christus. En dan maakt het niet uit of je hier bent met vragen, of omdat je ergens op hoopt, uit verlangen, of uit gewoonte…… Jezus trekt mensen naar zich toe. En ieder van u is in zijn naam van harte welkom. Ieder met ons eigen verhaal.

Misschien komt u hier helemaal niet voor al die andere mensen. Maar die krijgt u er ook bij. Gratis en voor niets. Zoekers, en vragers, en al dan niet goedgelovigen…… wij treffen elkaar, rond het verhaal van Jezus. En dan zegt Paulus, ook tegen ons vandaag: in Jezus naam heb je dan dus wat met elkaar. Iets dat uitstijgt boven onze persoonlijke voorkeuren. In Jezus’ naam zien wij onszelf, maar ook elkaar door zijn ogen: geen mens te min, geen geschiedenis te zwart, los van maatschappelijke successen, of mislukkingen. In Jezus’ naam zien wij onszelf, maar ook elkaar, als mens geschapen naar Gods beeld. Geliefd in Jezus’ ogen.

 De brief van Paulus aan de Efeziërs begint met een lange introductie waarin bondig wordt gesteld wat de gemeente van Christus bij elkaar houdt. Toen niet minder divers dan nu. Het is een geloofsbelijdenis die de gemeente van Efeze eraan herinnert wat hen bindt, en wat de grond van haar bestaan is. Alle kenmerkende woorden van het geloof staan hier op een rijtje: uitgekozen, heilig, genade, verlossing, vergeving. Een christelijke dogmatiek in een notendop.

Maar dan niet zonder de lofzang die daaraan vooraf gaat: Gezegend zij de God en Vader van onze Heer Jezus Christus. Want met Hem begint het leven van de gemeente, aan Hem is het eerste woord. Hij nodigt ons uit. En dus wordt vóór alles uit aan Hem de eer bewezen, wordt Hem dank gebracht voor Zijn grote daden. ‘Ere zij aan God de Vader’.

En daardoor verschuift je perspectief. In de traditie van het joodse gebed wordt dagelijks driemaal gebeden: Gezegend gij, Heer onze God en God van onze vaderen, God van Abraham, God van Izak en God van Jakob. En steeds opnieuw wordt uitgeroepen wie deze God is. Gedenk hem. Of je het op dat moment nu gelooft of niet. Doen, en meedoen, en je laten meenemen in die oude woorden, in dat perspectief.

Want wij roepen geen anonieme en onbekende God aan, Hij wordt aangeroepen omdat mensen met Hem iets hebben, omdat Hij iets heeft met mensen, Ik ben die ik ben, ik zal met je zijn. Van deze God zijn door de eeuwen heen verhalen verteld, door Abraham, Izak en Jacob, door Mozes en de profeten, door hun kinderen en kleinkinderen. Door Jezus, die hem Vader noemde. Door je ouders, grootouders, vrienden. Door mensen die hem weten, of vermoeden. Gezegend is Hij, de God en Vader van onze Heer Jezus Christus.

Wanneer mensen op zondag naar de kerk gaan, is het over het algemeen niet de lofzang die het meest tot de verbeelding spreekt. Wij komen om te horen, misschien om iets te leren van een preek, en om in de gebeden voor God neer te leggen wat ons bezighoudt. Misschien zou je zelfs wel kunnen zeggen dat we vooral komen om iets te halen, om er zelf iets aan te hebben.

Maar de traditie leert ons, naar goed Joods voorbeeld, dat je eerst en vooral komt om iets te brengen. Om jezelf te brengen. Om mee te bidden en te zingen: gezegend zij deze God! Om Gods naam uit te roepen, te zoeken, en de lofzang gaande te houden. Om gewoon maar mee te doen, en je te laten meenemen in het perspectief van deze God. Om samen met anderen, zo gemeente van Christus te zijn.

Gezegend zij de God en Vader van onze Heer Jezus Christus, en niet zonder reden, schrijft Paulus, want Hij is het die ons in de hemelsferen, in Christus, met talrijke geestelijke zegeningen heeft gezegend. Gezegend is Hij die zich heeft laten kennen in Christus, als mens onder de mensen, in levende lijve zich een weg heeft gebaand in onze wereld, heeft laten zien dat Gods weg begaanbaar is, en dat de boze machten niet het laatste woord hebben. Gezegend zij deze God, In Christus immers heeft God, voordat de wereld gegrondvest werd, ons vol liefde uitgekozen om voor hem heilig en zuiver te zijn.

Jullie hier…. uitgekozen zelfs, uitverkoren, stond er in de vorige vertaling. En dan nog wel vóór de grondlegging van de wereld, heilig en zuiver….

Het zijn ongemakkelijke en weerbarstige woorden die ook op meer plaatsen in de brieven van Paulus klinken. Het is maar de vraag of u zich erdoor voelt aangesproken. Ik ben een heleboel, hoor ik menigeen denken: maar ‘heilig en zuiver’….? Het zijn woorden waarmee in de lange geschiedenis van de kerk mensen elkaar ook hebben verketterd en veroordeeld, voor ànderen hebben vastgesteld of zij het wel waard waren om deel uit te maken van de gemeente van Christus.

Uitgekozen, voordat de wereld gegrondvest werd…. Het zijn woorden van Paulus die zijn herschreven in dogma's en vastgelegd in onbarmhartige regels. Want in de logica van slimme denkers moest uitverkoren wel betekenen dat er ook mensen zijn die niet tot de uitverkorenen behoren, en al doorredenerend kon het dan niet anders zijn dan dat Godzelf al voor de grondlegging van de wereld zou hebben vastgesteld wie wel en wie niet tot die bijzondere elite zou behoren, die groep van heiligen en zuiveren.

Maar Paulus schrijft hier geen christelijke dogmatiek, en hij is in deze brief niet geïnteresseerd in het logische betoog van de slimme denker, en het is al helemaal niet aan de orde om met deze tekst in de hand uit te halen om mensen buiten de gemeente te plaatsen.

Want gezegend is Hij die in Christus mens onder de mensen is geworden, gezegend is Hij die voor mensen heeft gekozen, die mensen niet loslaat. Hij die zich vinden laat. Dat is de grond van de lofprijzing, dat is wat mensen in de gemeente van Christus gemeenschappelijk hebben, wat zij geloven en hopen en ervaren, dat God mensen niet loslaat. Hij kiest voor mensen; al van vóór de grondlegging van de wereld is dat zo, en dat zal zo blijven tot aan het einde der tijden.

God kiest, heeft gekozen en zal kiezen, voor mensen van vlees en bloed. Hij heeft door de weg die Jezus is gegaan meer dan duidelijk gemaakt hoe hij het leven heeft bedoeld, en dat Hij er wil zijn juist voor degene die struikelt, degene die zich verstapt, voor wie er niet bij hoort, en voor wie zichzelf niet de moeite waard vindt.

Want deze God kiest voor mensen, of ze slim zijn of niet, of ze hun zaakjes op orde hebben of niet, of ze met veel of weinig succes door het leven gaan, of ze vaak struikelen of een keurig en braaf christelijk leven leiden. God kiest voor mensen, ook voor degenen die het er naar onze maatstaven slecht vanaf brengen, of niet goed genoeg geloven, of zich niet houden aan wat wij een christelijke levensstijl vinden.

En dat is wat Paulus hier zo scherp mogelijk wil duidelijk maken: God kiest onvoorwaardelijk, al van vóór de grondlegging van de wereld, bij Hem ligt het initiatief. En daar is geen slimme denker tegen bestand. Daar is met het grootste mensenverstand en met de beste wil van de wereld geen speld tussen te krijgen.

Gezegend zij de God en Vader van onze Heer Jezus Christus, die zo bij de mensen wil zijn. Die mensen bevrijdt van de kramp om in alles altijd perfect te moeten zijn, omdat Hij de ruimte geeft voor een nieuw begin als dat nodig is. Hij heeft voor mensen gekozen opdat zij heilig en zuiver zouden zijn voor zijn aangezicht: niet perfect en geen heiligen, dat is niet wat met deze woorden wordt bedoeld. Maar opdat zij met Hem zouden leven, eerlijk mens zouden zijn voor zijn aangezicht. Zijn liefde en trouw zijn niet afhankelijk van prestaties en succes, van salarisstrookjes of cito-scores. Deze God kiest voor mensen, van voor de grondlegging van de wereld tot in eeuwigheid.

 En dat ís bijzonder in een wereld waar mensen voortdurend worden beoordeeld en veroordeeld. Dat is bijzonder in een wereld waar halve waarheden en hele leugens mensen beschadigen, waar  kwaad wordt gesproken, en mensen onrecht wordt gedaan.

En dan vasthouden aan het geloof dat God kiest voor mensen. Dat Hij zich vinden laat. Betrouwbaar. En niet na te rekenen. Dat is geloof, èn dat is opdracht. Kijk maar eens om u heen. Al die andere mensen ook: door God gezien, door Hem geliefd. Onbestaanbaar, zou je denken. Maar ‘zo hoog als de hemel is boven de aarde, zo ver gaan Zijn wegen onze wegen te boven.’ Zingt Jesaja

Hier zitten wij dan samen, gemeente van Christus: heilig en zuiver, gekozen, geroepen, gehoord. Kostbare mensen. Ieder van ons. Ikzelf, maar ook degene die ik liever ontloop. Een bont gezelschap van wijze en eigenwijze mensen, met aardigheden en eigenaardigheden. Met elkaar moeten we het doen. Met elkaar zijn wij gemeente. Zoekers, vragers, twijfelaars en trouwe gelovigen. Elkaar gegeven, tot kleur en samenklank.

Gezegend zij de God en Vader van onze Heer Jezus Christus.  AMEN

Bloemen illustratie
Illustratie

Kerkdiensten

Agenda

Actueel

Over ons

Kerkblad 'Onderweg'

Doen

Contact




RSS Feed

powered by Mahieu