2018-05-27


Zondag 27 mei 2018  -  Bevestiging ambtsdragers
Exodus 3: 1-14 / Romeinen 8: 12-17

Gemeente van Jezus Christus,

Een tekst over vertrouwen, en een tekst over lijden vandaag. Het is Pinksteren geweest. Wij weten van God’s geest, die met mensen is. IK ZAL ER ZIJN. In de slavernij, in het lijden, in de gemeente van Christus. IK ZAL ER ZIJN.

Paulus spreekt in Romeinen over het afleggen van je eigen wil, preciezer gezegd, over het afleggen van je zondige wil. Dat wat je van God weghoudt. Dat wat stoort in het met Christus zijn: samen kinderen van God, zijn erfgenamen. Die zijn erfenis recht doen.

En dan deel je dus ook in wat moeite geeft, als volgeling van Christus, in zijn lijden. Want soms gaat het zo, dat je een prijs betaalt voor een gelovig leven. Dan zijn er ook dingen die je niet doet, niet zegt, of anders doet. Vervolgingen kennen wij niet, zoals in de dagen van Paulus wel het geval was. Maar het minachten van gelovige christenen is wel iets waar je in onze cultuur mee te maken kan krijgen. Of een meewarig: ‘geloof jij dat dan nog?’ En dat doet wat met je. Een beetje Mozes, die zich wel afvraagt of hij in deze tijd wel degene is die met die Farao moet gaan praten, in dat indrukwekkende bolwerk van die Farao met zijn grootse cultuur. Waar de naam van de Farao regeert. En niet de Naam van de HEER.

Moet ik dat wel doen, kan ik dat wel, geloof ik wel genoeg….. wie ben ik….. misschien heb ik gewoon toch niet genoeg tijd…. Vragen die veel van de ambtsdragers die vandaag aanwezig zijn zullen herkennen. Die veel van u zullen herkennen. De vragen van Mozes. De niet-perfecte. Hij kwam niet goed uit zijn woorden. Had een verleden. Waarom ik…. hoor je hem denken.

Uiteindelijk gaat hij toch. Met aarzeling, dat wel. Maar hij gaat. Hij voelt zich geroepen. Hij wordt gestuurd. Het is misschien een groot woord, roeping. Je naam wordt genoemd, je wordt aangesproken…. en wat doe je dan.

Het heeft ook wel even nodig voordat Mozes op weg gaat. Hij durft niet goed. Vindt zichzelf vooral niet geschikt. Maar dat vuur dat opvlamt uit de doornstruik laat hem ook niet los. Hij ziet iets van God. Hij hoort zijn naam. Maar dan wil hij toch wel graag wat meer zekerheid. ‘Wie zal ik zeggen dat mij stuurt….’ Met welke volmacht, met wiens gezag, kan ik dan voor die Farao verschijnen.

Garanties, vangnetten en verzekeringen…. zo werkt het niet, en niet alleen voor Mozes. Wij zijn er dol op. Vertrouwen moet nogal eens plaats maken voor zekerheid. Leven van de geest is niet zo makkelijk. Leven van Gods Naam ook niet. Wie waagt het met de liefde. Wie waagt het werkelijk met naastenliefde.

Wie durft zijn eigen wil af te leggen. Zijn geldingsdrang? Zijn eigen gelijk? Wie durft het aan met een kerk, gemeente van Christus, in een tijd van krimp, en secularisatie, en succes dat in harde cijfers moet worden gemeten?

IK ZAL ER ZIJN….. dat is de naam van de HEER waar Mozes mee op weg wordt gestuurd. Geen definitie. Geen zekerheid in drievoud getekend. Maar ik zal er zijn, en ga met je. Als de ‘wind beneath your wings’, als de wind die je draagt, zo zingt een prachtig liefdesliedje. IK ZAL ER ZIJN…. ook in nood, in verdriet, in lijden. In slavernij, in alles wat mensen ketent, aan verslaving en verlijding. In de 21ste eeuw. IK ZAL ER ZIJN….

Niet de verzekering: dat los ik dan wel even voor je op. Je problemen. Je lijden. Je zorgen. Of de krimp van de kerk. IK ZAL ER ZIJN als je het moeilijk hebt. Dat is de belofte. Vertrouw op mij als de wind die je draagt, die je steeds weer voedt, met geestkracht, met humor, met de liefde voor elkaar, allereerst in de gemeente. Hier oefenen wij ons in geloof. Hier oefenen wij ons in vertrouwen. Op die onbegrijpelijke Naam, die dynamisch is, meetrekt, aanwezig is.

Er zijn voor onderweg geen garanties, maar wel piketpaaltjes, die het pad van de gelovige markeren. Stapstenen. Exodus geeft ons ook de Tien Woorden, die het leven op koers houden. In mijn vorige gemeente zeiden mensen graag tegen elkaar dat zij ‘een zoekende gemeente’ wilden zijn, onderweg met God. De oude dogma’s en leerstellingen waren niet erg populair. Onderweg zijn met God, is prachtig natuurlijk. Altijd maar weer zoeken naar wie God is, en hoe hij met je gaat hoort bij wat levend geloof is.

Maar op een goed moment riep een jonger mens uit in een gesprekskring: dat zoeken, dat is mooi, maar kunnen we elkaar dan op zijn minst vertellen of we onderweg ook nog wat vinden!

Het is voor je eigen geloofsleven een groot voorrecht om predikant te zijn. Of ouderling. Omdat mensen jou vertellen wat zij vinden, op hun weg in het leven. Allemaal verhalen over zo’n brandend vuur, over God’s aanwezigheid, over de kracht van taal, over de liefde van anderen waarin God er is. Over Christus als bondgenoot in het lijden. “Wie weet wat liefhebben is, weet wie God is”, riep de amerikaanse bisschop vorige week in Windsor.

In mijn vakantie in Duitsland vond ik een paar weken geleden een recent boek met de titel ‘Im Zweifel glauben. Worauf wir uns verlassen können’. In twijfel geloven. Waarop wij kunnen vertrouwen.’ Het is geschreven door Margot Kässmann, een toonaangevend theoloog en bestuurder in de Duitse kerk. Zij beschrijft hoe ook voor haar twijfel deel is van een gelovig leven. Het leven stelt ons vragen, grote vragen. En je geloof beweegt daarin mee. God beweegt daarin mee, gaat ook daarin met je. Maar waar vind je dan in twijfel je piketpaaltjes, en je stapstenen. Waar moet je het zoeken.

Het is belangrijk, schrijft zij, om terug te kunnen vallen op wat wij als gemeente van christus de eeuwen door hebben ‘gevonden’. Om te kunnen terugvallen op wat anderen aan geloof hebben beleefd, ontdekt, en opgeschreven. Het hoeft niet altijd alleen maar uit jezelf te komen. En dan breekt zij een lans voor de traditie, voor oude woorden zoals die van het Onze Vader. Als je niet meer weet wat je bidden moet, en zelf geen woorden hebt, dan is er die prachtige tekst, woorden die je gegeven zijn, om je aan vast te houden, en geloof in te vinden. Geloof is niet afhankelijk van je persoonlijke gevoel. Zoals de liefde niet hetzelfde is als momenten van romantiek of sentimentaliteit. Wij delen in de gemeente wat wij vinden op onze weg met God. Wij koesteren onze piketpaaltjes. Laten ons ook daardoor inspireren. Bidden het Onze Vader. Gedenken de Tien Woorden.

Uiteindelijk gaat Mozes toch naar de Farao. Hij is geroepen. En met al zijn moeite, gaat hij toch. Hij durft het aan met die dynamische naam, IK ZAL ER ZIJN: niet te vangen, niet vast te leggen. De naam die vraagt om vertrouwen. En zo gaat Mozes niet alleen. De NAAM trekt met hem mee, hebben wij gelezen. Maar hij gaat ook feitelijk niet alleen. Zijn broer Aäron gaat mee. Zijn broer beschikt over andere talenten dan hij, en samen kunnen ze veel beter hun verhaal doen bij de Farao. Zo nuchter is het bijbelverhaal dan ook weer.

IK ZAL ER ZIJN…. “U hebt de Geest ontvangen om Gods kinderen te zijn, en om hem te kunnen aanroepen met Abba, Vader.” Onze Vader. Ook als ambtsdrager doe je het niet alleen. Daarom kiezen we in deze gemeente voor het aantreden van alle kerkenraadsleden bij het bevestigen en aftreden van ambtsdragers. Want je doet het niet alleen. En als het goed is doet ook heel de gemeente mee. Ieder gemeentelid is geroepen om erfgenaam te zijn, en mee te doen, de gemeente van Christus mee te bouwen. En zo kind van God te zijn. Wij bundelen onze talenten. En moeten het – ieder van ons - net als Mozes hebben van vertrouwen op God. Dat Hij meetrekken zal. Van geslacht op geslacht.

Toen Henk twee weken geleden als predikant werd bevestigd in Cothen zie de voorzitter van de kerkenraad het kort en krachtig. Henk, doe je best… God doet de rest. En dat geldt niet alleen voor Henk, of voor Mozes. Dat geldt voor iedere gelovige, voor ieder gemeentlid. Voor Jan Willem, en Tineke, en Rein, en Stan, en Gerrit. En vul daar ook gerust uw eigen naam in.

Doe je best, God doet de rest.  AMEN

 

Bloemen illustratie
Illustratie

Kerkdiensten

Agenda

Actueel

Over ons

Kerkblad 'Onderweg'

Doen

Contact




RSS Feed

powered by Mahieu