2018-04-15 ds Koopmans


DUINZICHTKERK, 15 april 2018
In deze dienst is bijzondere aandacht voor ds. Jan Koopmans, afgebeeld in 'het verzetsraam' in de kerk. Ds. Koopmans was de auteur van de illegale brochure 'Bijna te Laat' die in oktober 1940 verscheen. Evangelielezing:  Johannes 12, vers 20-36

 

 

 

 

 

 

 


Ds. Jan Koopmans, rechts boven afgebeeld in het midden van het verzetsraam, was zich al vroeg bewust van de gevaren die de bezetting met zich meebracht. Eerder dan de meesten zag hij de consequenties van de regelgeving die binnen enkele maanden werd aangetrokken rond Joodse Nederlanders. Van ambtenaren, professoren, studenten, onderwijzers, en anderen werd in de herfst van 1940 gevraagd om de zogenaamde ‘ariërverklaring’ te tekenen. Daarmee gaf je aan géén Jood te zijn.

Jan Koopmans schrijft daarop in 1940 een illegale brochure  met de titel ‘Bijna te Laat’. Hij schrijft: ‘Verreweg de meesten van ons zijn gedachteloos geweest. Onnadenkend. hebben wij de formulieren ingevuld, zonder ons af te vragen, of het misschien ook verkeerd was wat wij deden.’ … ‘ Eer vergete mijn rechterhand zichzelve, dan dat ik een verklaring onderteken, dat ik niet van Joodsen bloede ben, waarbij ik dus verklaar: Gij, Here Jezus, zijt wel van Joodsen bloede geweest, maar ik gelukkig niet, en daarom kan ik mijn betrekking houd.’

De brochure is een gepassioneerd pleidooi om vanuit het christelijk geloof veel duidelijker partij te kiezen. “Die Nederlanders, die zich, hoe dan ook, Christenen noemen, mogen thans bedenken, dat wij onze Heiland in de praktijk moeten navolgen. Dat is geen vloek, geen lot, geen plicht. Het is een zegen. Want wie in de praktijk het christelijk getuigenis verloochent, dat hij met de mond uitspreekt, die vervreemdt van zijn verlosser – en dat is een vloek. “

Theologisch geen speld tussen te krijgen. “Wie mij dient moet mij volgen”, lezen wij in het evangelie. Ook vandaag. Koopmans gaat die weg. Bij herhaling valt in de brochure het woord ‘prakijk’. Op de zondagen tussen Pasen en Pinksteren gaat het juist daarover: wat betekent paasgeloof in de praktijk, wat betekent volgen van Christus, voor mij als gelovige, voor ons als gemeente, voor de kerk en haar spreken, in de praktijk.  Hoe vertaal je de opdracht om getuige van Christus te zijn. 

Voor gelovigen, en voor kerken in West Europa was dat een prangende vraag al in de aanloop naar de Tweede Wereldoorlog. In Duitsland ontstond in die jaren de ‘Bekennende Kirche’ als tegenbeweging. De meeste kerkelijke instanties in Duitsland voegden zich naar het bewind, en probeerden de ideologie van het nationaal socialisme te verenigen met het christelijk geloof. ‘Wij erkennen geen andere ‘openbaringen’ naast Christus’, is de eerste stelling van de Barmer Thesen, die door de Bekennende Kirche werden opgesteld. Dus ook niet de nationaal socialistische. Wij aanbidden geen vreemde ‘goden’.

Het is de tijd van de dialectische theologie: geen andere openbaring dan Christus, geen natuurlijke theologie, geen emotie-theologie, geen religieus gevoel. Karl Barth was daarin toonaangevend, en in Nederland de oude Miskotte. En Jan Koopmans. Je leest het in ‘Bijna te Laat’ en in al zijn werk.  Gehoorzaamheid aan de openbaring. En van daaruit vertalen naar de actuele situatie.  

Het is een theologie die door het moderne levensgevoel behoorlijk ondergesneeuwd is geraakt. Het gevoel staat in hoog aanzien. Als je ‘het’ niet voelt, kan het niet goed zijn. Barth en de zijnen wantrouwen dat gevoel. Veel te subjectief. Theologie door sentiment bepaald, kan niet zijn. Christus volgen is iets anders dan gaan voor ‘een goed gevoel’. Miskotte schrijft: ‘Jezus volgen betekent voor ieder van ons de weg van de graankorrel gaan. ‘Geloof is aanvaarden, dat de dwarsbalk gesteld wordt op de hoge rechte opgaande stam van het ik.’  Geloof als een kritisch tegenover, als een opdracht. Voor de gelovige, en voor de kerk. Koopmans in ‘Bijna te laat’: uit naam van Nederland vragen wij U: staat pal! En in de naam van Christus smeken wij u: neemt het kruis op en volgt Hem. ‘

Christus als openbaring Gods. En hem volgen. Het is de grondtoon van alle christelijke theologie. Zonder die grondtoon is er geen geloof, is er geen geloofsgemeenschap, geen christendom, geen kerk.

De omstandigheden vandaag zijn anders, het is - gelukkig - géén oorlog. Maar de kritische vraag naar het volgen blijft. De behoefte om de verkondiging te laten sporen met de gangbare ideologie, met het actuele culturele klimaat, is vandaag niet anders dan in de jaren 30. Hoe zit het nu met het ‘ik’ waar Miskotte over schrijft. Het sterven van de graankorrel is onverkort de verkondiging: wie zijn leven liefheeft verliest het…..  Je kruis opnemen en volgen…. Dat is nog steeds geen populaire gedachte. Dat vraagt ook vandaag om keuzes, en om stoere theologie, tegen de tijdgeest in.

Freek de Jonge schreef een lied over Jan Koopmans. Het eindigt met deze woorden:

waar kan ik nog in geloven?
wil ik volharden in mijn ideaal?
gaat de rede mijn verstand te boven?
voorkomt de tomtom dat ik dwaal?

voor wie wil ik mijn leven wagen?
voor wat zet ik alles op het spel?
kon ik het nog maar aan mijn vader vragen
wat maakt een mens een held?

 

(Freek de Jonge sprak o.a. deze woorden tijdens de herdenking op 4 mei 2015
op het Weteringplantsoen in Amsterdam)

 

 

 

Bloemen illustratie
Illustratie

Kerkdiensten

Agenda

Actueel

Over ons

Kerkblad 'Onderweg'

Doen

Contact




RSS Feed

powered by Mahieu