2018-02-25 vergeetmijnietje


DZK 25-02-2018                                                                               Deut. 8: 1-18 / Marcus 9: 38-48

Marcus bezigt forse taal. Over een molensteen om de nek hangen en in zee gooien, en over het afhakken van een hand of voet, of het uitrukken van een oog wanneer die tot zonde verleiden. En ook de woorden hel en vuur zijn luid en duidelijk aanwezig. En waarom? Om mensen niet op verkeerde wegen te brengen. Tot zonde verleiden, stond er in de oude vertaling.

Het is een taal die angst en schrik aanjaagt, en er zijn ook mensen die op grond van zo'n bijbeltekst loodzwaar gebukt gaan onder een diep zondebesef, en leven met grote angst voor oordeel en hel. De dreigende taal blijft vooral hangen. Misschien ook wel omdat het besef er is dat ieder van ons fouten maakt, verkeerde wegen gaat. Wij gaan niet als engelen door het leven. Terwijl het toch gaat om de aanleiding voor deze tirade van Jezus.

De volgelingen van Jezus hebben iemand gezien die in Jezus' naam boze geesten uitdrijft, en dat heeft de hen zo gestoord dat ze hebben geprobeerd er een stokje voor te steken. Niet omdat het slecht is dat deze, verder niet genoemde persoon, een heilzame uitwerking op zieke mensen heeft, maar omdat hij niet bij de groep van volgelingen hoort. Hij is niet één van hen, en daarom moet er worden ingegrepen.

Ook de volgelingen van Jezus is niets menselijks vreemd. Hij hoort niet bij onze club, en dan kan en mag wat hij doet ook niet deugen. En dat in een tijd dat er nog niet eens kerken bestonden, laat staan al die verschillende soorten die wij vandaag kennen. Maar herkenbaar is het wel. Want het is nog niet zolang geleden dat alleen zij die bij onze kerk hoorden als goed christelijk werden gezien, en dat alleen het werk dat door de kerk werd gedaan het predicaat christelijk verdiende.

En daar ligt de aanleiding voor de dreigende taal die wij hebben gelezen. Het is niet onze plaats om te oordelen over hen die niet bij onze club horen, en zich toch christelijk noemen en in Jezus'naam hun leven leven. Want wie niet tegen ons is, is voor ons. Daar hoeven wij ons niet druk om te maken, en het is al helemaal niet de bedoeling om hen te beletten hun werk te doen.

Eén van deze geringen, die in Jezus geloven, van de goede weg afbrengen, van God weghouden, beletten hun leven te leven in Jezus' naam, dat is niet ok. Daar moet je voor waken.

Hoe snel oordelen mensen niet over elkaar, vaak ook in de kerk. Hoeveel mensen zijn er niet die door de kerk, of beter gezegd, door het gedrag en oordeel van mensen die bij de kerk horen, hun geloof zijn verloren, losgeraakt zijn van God. Over mensen die anderen beletten Jezus' weg te gaan, die zo anderen van de goede weg afbrengen, daarover gaat het in de krasse taal die wij hebben gelezen. En uit die krasse taal kunnen wij opmaken hoe ernstig Jezus dit gedrag neemt, en hoe zeer wij ter harte moeten nemen, ook vandaag, dat het niet onze plaats is om te oordelen over hen die niet bij onze club horen.

Om u gerust te stellen, het is niet de bedoeling dat wij elkaar handen en voeten afhakken of ogen uitrukken. Ook in de tijd waarin het evangelie van Marcus werd geschreven kende men de beeldspraak. Zoals wij kunnen zeggen dat je iemands nek wel kunt omdraaien, of zijn bloed wel kunt drinken - en dat zijn letterlijk genomen toch ook gruwelijke beelden - zo wordt ook hier dreigende taal gebruikt om duidelijk te maken dat het om een zeer ernstige zaak gaat.

Iemand beletten te leven in Jezus' naam, op de verkeerde weg brengen…. tot zonde verleiden betekent losraken van God en zijn geboden, vergeten wie God is. Want dat is de kern van wat in de bijbel zonde wordt genoemd. Niet vergeten wie God is. Dat is het refrein dat door het hele boek Deuteronomium heenloopt, die lange preek van Mozes die het voor het volk van God nog eens allemaal goed op een rijtje wil zetten. Vergeet niet wie uw God is:

“Denk aan de tocht die de heer, uw God, u door de woestijn heeft laten maken, veertig jaar lang.
Hij maakte u duidelijk dat een mens niet leeft van brood alleen, maar van alles wat de mond van de heer voortbrengt.
Zorg ervoor dat u hem niet vergeet, waardoor u zijn geboden, wetten en regels, die ik u vandaag voorhoud, zou veronachtzamen.
Als je leeft in overvloed, mag je niet hoogmoedig worden, en de Heer, uw God, vergeten. “

Niet vergeten….. wie God is, waar je vandaan komt, niet hoogmoedig worden…. Niet vergeten dat je zelf een feilbaar mens bent. En leeft van vergeving, van genade. In de liturgie van de synagoge is het een terugkerend refrein: weet waar je vandaan komt, uit de slavernij. Weet dat je leeft van de bevrijding die God brengt. Weet dat je God danken moet voor je overvloed. En oordeel niet.

Het zijn woorden die je als mens bij de les houden. Woorden die jou relativeren. Ook jij, hoe belangrijk je misschien ook wel bent, of denkt te zijn, ook jij, leeft net als ieder ander, van Gods genade, van zijn bevrijding. Ook jij een kwetsbaar en feilbaar mens, die net als alle anderen, geneigd bent God te vergeten.  

Lang geleden, liep Adam door het paradijs, de grote tuin die God gemaakt had. En Adam gaf alle dieren, bomen en struiken en bloemen een naam. Dat was best veel werk. Het was zoveel dat hij bijna een klein blauw bloempje vergeten was. Toen zei God tegen Adam: “je moet dat bloempje een ‘vergeet-mij-nietje’ noemen. Vergeetmenietje? vroeg Adam verbaasd? vergeet-wie-nietje? Vergeet-MIJ-nietje, zei God. Maar ik vergeet u toch niet? zei Adam. Toch moet dat bloemetje zo heten, zei God, want het lijkt op mij. Het is blauw, net als de hemel. En je moet goed opletten, anders zie je VErgeetmenietjes niet. Ze verstoppen zich tussen het gras en de struiken. Je vergeet ze zomaar. Zo gaat het ook met mij. Je moet wel opletten, anders vergeet je mij.

Heel veel later, kwam Israël aan de rand van het beloofde land. Mozes had voor iedereen een vergeetmenietje geplukt. Hij deelde ze uit en zei: Straks, als je in het beloofde land komt, heb je een overvloedige tuin van bloemen en planten. Maar dit vergeetmenietje moet je er ook inzetten. Als je dat bloemetje ziet, denk je misschien nog eens aan mij. En aan de Woorden van God die ik je gegeven heb.

Maar kan je dan niet beter een grote struik of een boom planten, zeiden de mensen? die valt tenminste goed op! Een vergeetmenietje is maar zo klein.

Ja, zei Mozes, maar vergeetmenietjes lijken op God. Als je niet oppast, ben je ze zo vergeten. Dan zijn alle rozen en lelies en de rododendrons in je tuin over het vergeetmenietje heengegroeid, en zie je haar niet meer. Zo gaat het ook met God: als je niet oppast, groeien alle mooie dingen in het beloofde land over God heen. Dan denk je alleen nog maar aan je mooie huis, je nieuwe kleren, het feest waar je naartoe gaat, en vergeet je God."

Niet vergeten…. het is in deze veertigdagentijd meer dan anders ook het refrein in de kerk. Wie Pasen wil vieren, opstanding, nieuw begin, doet er goed aan zich te bezinnen op wat geloof is, voor jou is. Het is een tijd waarin geloof wordt opgefrist, en wij ons de vraag stellen wat er aan mooie dingen in ons beloofde land over God heen gegroeid zijn. Hoe zit het met ons oordeel over anderen, die niet bij onze club horen.

Vergeten wie God is, dat is de kern van wat in de bijbel zonde wordt genoemd, op verkeerde wegen terecht komen. Dat vergeetmijnietje laten overwoekeren door de besognes van alle dag, en de geneugten van het leven, want het gaat toch eigenlijk best zoals het gaat.

Maar bewaar ons voor een godvergeten samenleving, waar mensen zichzelf tot norm verheffen, zich beter achten dan een ander, en vergeten dat er zoiets bestaat als slavernij en onrecht, hongersnood en oorlog, waar mensen elkaar veroordelen en tot zonde verleiden. Vergeten dat ieder mens, jij ook, kwetsbaar bent, en leeft van vergeving, omkeer, nieuw begin.

Net als de leerlingen van Jezus is ook onze weg met hem er een van vallen en opstaan. Van blijven leren, en zoeken naar wat goed is om te doen. Het is vooral de weg van niet-vergeten. God niet vergeten, zijn woorden niet vergeten, horen wat Jezus te zeggen heeft. Dat relativeert onze belangrijkheid. Het zet onze welvaart in perspectief. En het corrigeert ons al te makkelijke oordeel.

Zo wens ik u een goede veertigdagentijd, van bezinning, van opnieuw ontdekken tussen alles wat er groeit en bloeit in ons leven, van dat kleine blauwe bloemetje. Vergeet-mij-niet. AMEN

Bloemen illustratie
Illustratie

Kerkdiensten

Agenda

Actueel

Over ons

Kerkblad 'Onderweg'

Doen

Contact




RSS Feed

powered by Mahieu