2017-12-03 1e Advent


De profeet Jesaja roept tot een volk in ballingschap:  TROOST, TROOST !
Jesaja 40, vers 1-11

Het volk in ballingschap worstelt met God. Zij zijn ver van huis, en niet alleen geografisch. En waar is God. Zij ervaren hun ballingschap als slavendienst, zoals ooit in Egypte. Als straf ook, voor schuld die uitgeboet moet worden. Want dan pas kun je verder. Blijkbaar heeft het besef post gevat dat er fouten zijn gemaakt, dat het anders had gemoeten.

Wij spreken niet zo makkelijk van een straffende God. En dat is denk ik maar goed ook, omdat de straffende God te pas en te onpas van stal gehaald is om mensen in nood nog een zetje extra te geven. Je zult het wel verdiend hebben…. Maar straf heeft ook iets louterends. Je neemt de consequenties. Je doet boete. Om verder te kunnen. Schuld en vergeving zijn een essentieel gegeven in alle godsdiensten. Blijkbaar hebben de ballingen hun moeite in het licht van hun God ervaren als straf voor wat zij hebben misdaan. Het is de elite van het volk dat is weggevoerd. Zij die het voor het zeggen hadden. Die verantwoordelijk waren.

Troost, troost, roept de profeet tegen deze mensen. Want het verhaal van God-met-mensen eindigt niet bij de slavendienst, of bij schuld en straf. Maak ruim baan voor deze God. Effen de weg voor hem. Want de HEER hééft gesproken. Maak ruim baan, voor vergeving, voor nieuw beginnen. Dat is Advent. Horen, en je laten roepen door die stem. Ruim baan maken, voor wat jij nodig hebt, aan nieuw begin. Aan nieuwe moed. Aan hoop. Wij zeulen wat mee in het leven. Fouten maken we allemaal, en wat schuld is weten we ook. De kleur paars in deze tijd van het kerkelijk jaar staat naast bezinning ook voor rouw, voor verdriet. In het aangezicht van al die lasten roept de profeet woorden van troost. God-met-mensen.

En dan kun je daar zo je twijfels over hebben: ‘wat zou ik roepen’, de mens is als gras, verdort, de bloem verwelkt. Hoezo troost. Het leven is wat het isHet wordt simpel bevestigd, dat het gras verdort en de bloem verwelkt. Maar het woord van onze God houdt altijd stand. De troost is niet gelegen in het feit dat al onze moeite, verdriet, en problemen simpeltjes worden opgelost. Zij blijven bestaan. Maar daar houdt het niet op. Er is meer over ons leven te zeggen dan dat ons dit of dat is overkomen. Er is meer over ons leven te zeggen dan wat onze agenda’s melden. Er is meer over ons leven te zeggen dan schuld, of straf. In het woord van God dat altijd stand houdt, ligt de troost. Wat er ook gebeurt. God-met-ons. Wie voor dat geloof ruim baan kan maken, wie dat geloof kan toelaten, kan zich laten troosten. Kan look even van vergeving en genade.

En dan branden wij dat ene kaarsje, vandaag op de eerste Advent. En wij lezen over Troost. En over een koning die komt. En over de God van woorden die altijd stand houden, die als een herder zijn kudde weidt. Voor de één direct een beeld van troost, van hoop. Voor een ander wellicht goedkope woorden.

Want troosten is moeilijk. Een perspectief ervaren daar waar alles donker is, is moeilijk. Wat ons rest in de ballingschap van het leven, is soms ook niet veel meer dan het branden van een kaarsje en het vertellen van verhalen. Zo heeft Jesaja dat geprobeerd, met verhalen, en heeft hij “Troost troost” geroepen tegen dat groepje uitgebluste mensen in Babel, in Naam van God die altijd stand houdt, ook in onze ballingschap.

Ze was van mijn leeftijd, en al heel haar leven ziek. Een ernstige psychiatrische stoornis. En ze wilde graag dat de dominee met regelmaat op bezoek kwam. En dan uit de bijbel las. En zoals ik had geleerd vroeg ik haar dan wat zij wilde dat ik lezen zou. En steevast kwam er dan de vraag om een verhaal waarin Jezus mensen geneest. De blinde, of de lamme, het deed er niet toe. Zo’n verhaal dat ik nooit zou hebben durven kiezen. Want wie leest er nou over genezing, bij iemand die chronisch ziek is. Dat is bijna wreed, denk je dan, als gezond mens.

Maar voor haar waren dat verhalen van troost, en van vreugde. Zo legde ze mij uit. Als Jezus die mensen heeft genezen, dan weet ik weer dat God mij ook niet vergeet. En daar word ik blij van. Ook al weet ik dat ik misschien wel de rest van mijn leven ziek blijf. Ik weet dat God mij niet vergeet, want het woord van onze God houdt altijd stand, ook al is de mens kwetsbaar als gras, of een bloem die verwelkt. Woorden van troost, als je het alleen niet redt. En welke mens redt het alleen.

En dus branden wij dat ene kaarsje, vandaag op de eerste Advent. En wij lezen over Troost! Jesaja gaat ons voor op een weg van verhalenvertellers, van profeten, en van een koning op een ezel, die in Jeruzalem het feest gaat vieren van de Uittocht, feest van bevrijding, van het einde aan de slavernij. Het oude verhaal, dat steeds weer nieuw wordt ervaren, dat troost biedt en toekomst geeft.

In geloof leven mensen van verhalen, verhalen van troost, van hoop, van verwachting. God-met-ons. Verhalen die ons overeind houdt als het nodig is. Die ons helpten de moed er in te houden. Die ons vooruit helpen op het pad van het leven. Want weet je nog.... dat ene kaarsje, dat worden er volgende week twee, en dan drie, en dan vier... en dan een hele boom vol....

Bloemen illustratie
Illustratie

Kerkdiensten

Agenda

Actueel

Over ons

Kerkblad 'Onderweg'

Doen

Contact




RSS Feed

powered by Mahieu