2017-11-05 dankdag


Johannes 4, 46-54

 

Een genezingsverhaal, op de dankdag voor gewas en arbeid. Met het lucifermeisje van Floris Artnzenius afgebeeld op uw liturgie. Naast de hoveling uit Johannes. Groter kan het maatschappelijk verschil niet zijn. Maar wat hen verbindt is hun kwetsbaarheid. De een in zijn onmacht over de dood. De ander in haar jeugd, en armoede, en het nest waar zij in geboren werd. Zij vertellen ons beide iets essentieels over het leven. Dat je het niet in je macht hebt.

Zo vieren wij vanouds de dankdag voor Gewas en Arbeid. Vanuit het besef dat het leven niet maakbaar is. Hoe graag we dat ook willen geloven. Hoeveel we daar ook aan proberen te doen. En hoe makkelijk wij maatschappelijk succes ook vereren als iets dat je kunt verdienen, als je maar genoeg je best doet

Maar dan wordt je kind ziek, of je wordt ontslagen, de financiële markt stort in, je krijgt een auto-ongeluk. Wij hebben het leven niet in onze macht. Dat is een moeilijke gedachte. Zeg mij wat ik doen moet en ik doe het….. Niets doen, aanvaarden, leven met verdriet, met moeite….

De Vlaamse psychiater Dirk de Wachter publiceert daarover. Hij was vorige week in Den Haag. Ook hij, de agnost, de professor, stelt kritische vragen bij de moderne maakbaarheidsgedachte. Wij dreigen het te verleren, zegt hij, om verdrietig te zijn, om te rouwen, om te leven met wat moeilijk is, met tegenslag. Wij dreigen te verleren dankbaar te zijn voor het goede dat ons toevalt. Wij zijn uit het oog verloren dat veel in het leven ons simpelweg overkomt. Hij noemt het in mooi vlaams ‘chance’ en ‘malchance’. geluk en ongeluk. Zij horen bij het leven. ‘Chance en mal-chance’. Voor dat lucifermeisje, voor de hoge mijnheer aan het hof.

Johannes vertelt hoe de hoveling in zijn malchance, in zijn machteloosheid, zijn vertrouwen richt op Jezus. Hij komt hem verbidden: “Heer, ga toch mee, voordat mijn kind sterft”. Wie zou niet doen als hij. Alles uit de kast halen. Om je kind te redden. Over zijn hoofd heen spreekt Jezus de menigte toe. ‘Jullie’, zegt hij, ‘als jullie geen tekenen en wonderen zien, geloven jullie niet.’ Júllie. Blijkbaar gaat het dan niet over deze hoveling. Deze man gelooft Jezus op zijn woord, hij vertrouwt op wat Jezus tegen hem zegt. Dat zijn zoon leeft. Er komt geen teken aan te pas. Pas achteraf, de constatering, de verwondering, en de dankbaarheid.

Het is een Paasverhaal, helemaal aan het begin van het evangelie van Johannes. Het eerste wonderteken van Jezus was op de bruiloft in Kana. Daar waar de wijn van het koninkrijk rijkelijk kon vloeien. Het tweede wonderteken, in het verlengde daarvan, in het licht van het koninkrijk, is de genezing van dit kind. Door het woord van Jezus.

Voor Johannes is dat de kern van zijn evangelie. Dat in Jezus Gods woord vlees is geworden en onder ons heeft gewoond. “In het woord was leven, en het leven was het licht voor de mensen. Het licht schijnt in de duisternis en de duisternis heeft het niet in haar macht gekregen.” Johannes 1.

Chance en malchance. We weten dat Jezus niet overal iedereen die hij tegenkwam heeft genezen, en niet alsmaar wondertekens rondstrooide. Niet voor niets spreken we over tekenen. Zij wijzen door naar iets anders. De wijn, en de bruiloft, als beeld van het koninkrijk. Genezing als beeld van de opstanding, van het licht dat schijnt in de duisternis, en de duisternis heeft het niet in haar macht gekregen. ‘Gods heilig woord alleen houdt stand’ dicht Luther. We zullen het straks zingen. Dat is de verkondiging van Johannes.

Treffend concludeerde iemand tijdens het bijbels leerhuis deze week: ‘dan komt het wonder dus pas op de tweede plaats.’ Mooi gezegd. Het gaat in geloof niet om het wonder. Wel om het vertrouwen, om de vaste Burcht die God is in je bestaan, ook in je verdriet, als je ziek bent, en veel malchance moet meemaken. De afgelopen dagen was ik bij een aantal mensen die veel te lijden hebben. En het was een bijzonder zich herhalend refrein: hoe zij zich gedragen voelen, door het gebed, door het vertrouwen dat God met hen gaat. ‘Het helpt echt’. Sprak iemand in verwondering. Nauwelijks voorstelbaar voor wie vanaf de buitenkant daar tegen aan kijkt. Ook niet navoelbaar. Alleen in kwetsbaarheid en dankbaarheid te aanvaarden, als een godsgeschenk.

Wij vieren vandaag dankdag voor gewas en arbeid. Met het lucifermeisje en de hoveling. Met de kwetsbaarheid, en de nood van mensen. Zoals wij hier zitten. Chance en malchance als deel van ons leven. Wetend dat wij het leven niet in onze macht hebben. En zo is de dankdag verbonden geraakt met het delen, met uitdelen, met omzien naar de meest kwetsbaren. We noemen dat diaconie: dienen, betekent dat. Niet van boven naar beneden – zoals het in de geschiedenis van de diaconie soms ook wel was – maar in ons gedeelde menszijn, in onze gedeelde kwetsbaarheid. De hoveling zo goed als het lucifermeisje.

Zo vieren wij avondmaal. Zonder rangen en standen. In dankbaarheid. En dan doen wij waarin Jezus ons voorging: wij delen met elkaar, de wijn van het koninkrijk, het brood van Jezus. Wij ontvangen van hem. Met open handen, in vertrouwen. Om door te geven.

 

\

 

 

 

Bloemen illustratie
Illustratie

Kerkdiensten

Agenda

Actueel

Over ons

Kerkblad 'Onderweg'

Doen

Contact




RSS Feed

powered by Mahieu