2017-09-03 Jakobus 5


Bij Jakobus 5 en psalm 112

Het refrein van Jakobus is inmiddels bekend: vertrouw op God, en doe wat je gelooft. Als geloof zich niet laat vertalen in wie jij bent, en wat je doet, dat klopt er iets niet, en is het loze praat. Woord en daad als éénheid, in het hebreeuwse dabar in één woord samengevat, oudtestamentischer kun je het niet zeggen.

Jakobus verloochent zijn erfgoed niet. Hij beroept zich in zijn kritische taal op profetische teksten waarin het gaat om die dag die buiten ons gezichtsvelt valt, buiten onze orde, het leven zoals wij het kennen voorbij: de dag des Heren, de achtste dag, die komen zal. Een uitdrukking van het geloof en vertrouwen dat, wat er ook gebeurt, bij God recht zal zijn, en vrede. Dat in zijn Naam slachtoffers worden gerehabiliteerd, onrecht zal worden onthuld, verhoudingen worden hersteld.... zoals het ooit was, paradijselijk, zonder conflicten, zonder verdriet, en pijn, en moeite, zonder de scheiding tussen arm en rijk, of noord en zuid. Uw wil geschiede, in de hemel zowel als op de aarde.

In die context passen ook de scherpe woorden voor de rijken. Het is niet duidelijk of Jacobus zich richt tot de rijken binnen de christelijke gemeenschap, of niet. Maar wie de schoen past, trekke hem gerust aan. Voor iedere mens geldt: wie leeft voor louter rijkdom zal bedrogen uitkomen. Wie leeft voor graan – kleding – goud en zilver, de drie status-symbolen in het oude romeinse rijk, die bouwt op zand.

Deze scherpe woorden over de rijke klinken in de context van het geloof dat hoe dan ook bij God op de ‘dag des Heren’ geen onrecht meer zijn zal. In de profetische traditie waarin Jakobus zichzelf hier plaatst - er komen woorden en zinnen voor in dit gedeelte die verbonden zijn met Jesaja, en met Micha, en met Jeremia - zet hij in op bemoediging, op troost, op krachtig uithoudingsvermogen. Het kan dan zo zijn, dat je wordt uitgebuit, dat er mensen zijn die jou slecht behandelen, dat je te lijden hebt van de rijken, of de machtigen, of je moeizame positie als kleine gemeenschap, maar heb geduld.... weet dat wie leeft met God, wie vasthoudt aan wat geloof in een liefdevolle en barmhartige god betekent, in Gods naam recht gedaan zal worden.

Dus blijf bij wat je gelooft. Laat je niet van de wijs brengen als het om je heen anders toegaat. Heb geduld, want de Heer zal spoedig komen. Bedenk dat de rechter voor de deur staat. Neem een voorbeeld aan het geduldige lijden van de profeten die in de naam van de Heer spraken.

En laat je daarbij niet van de wijs brengen, door wie veel graan, en kleding, en goud en zilver verzamelt. Laat je niet van de wijs brengen door mensen om je heen die ànders leven. Laat je niet van de wijs brengen, als je verzet tegenkomt, of onrecht, of verdriet, of als je maar dat kleine clubje gelovigen bent… Psalm 112 zegt het kort en prachtig.

Want goed gaat het wie genadig is en vrijgevig,
wie zijn zaken eerlijk behartig.
De rechtvaardige komt nooit ten val,
men zal hem eeuwig gedenken.

Voor een vals gerucht zal hij niet vrezen,
hij is standvastig en vertrouwt op de HEER.
Standvastig is zijn hart en zonder vrees.
Aan het eind ziet hij zijn vijanden verslagen.

Vorige week sprak ik een collega die lachend riep: ‘in de loop van de week raak ik steeds meer opgeslokt door het leven, word ik steeds heidenser, en raak ik bij God vandaan. En gelukkig word ik dan op zondag weer teruggeroepen en aan het denken gezet.’ Zo functioneren de woorden van Psalm 112, en de woorden van Jacobus in de liturgie. Waar ging het ook alweer over in de gemeente van Christus. Wat is het voor ons, om kerk te ZIJN, in ons doen en laten. Zijn wij genadig, en vrijgevig, zijn wij eerlijk en rechtvaardig…. is ons ja ons ja, en ons nee ook nee? En hoe zit het met ons klagen, en ons bidden voor elkaar? Oefenen wij ons voldoende in vergeving?

Wees geduldig en houd moed, want de Heer zal spoedig komen. De dag des Heren, de achtste, onze werkelijkheid voorbij. De dag dat God recht zal doen, ook aan ons.

En dat heeft niets van een slaafs ‘stil maar wacht maar’. Dat heeft ook niets van angst. Dat heeft alles van een oproep en bemoediging om te geloven ook tegen de verdrukking in. Dat is opnieuw het refrein van Jakobus om te doen wat je gelooft. Óók als dat moeilijk is. Óók als je daarvoor een prijs betaalt. Óók als je daar niet letterlijk rijk van wordt. Óók als je je in Godsnaam afvraagt waarom het er op deze wereld niet vriendelijker aan toegaat. Óók als de Jobsvraag naar het waarom van het lijden nog altijd moet worden gesteld.

Jakobus is duidelijk, scherp soms, ook voor ons. Het gaat hem niet alleen om de dag des Heren. Het gaat hem vooral om de vertaling van het perspectief van de dag des Heren in geduld het uit te houden met Christus, met het evangelie dat ons ook vandaag hier weer samenbrengt.

Heb geduld.... broeders en zusters, gemeente van Christus, maar wees tegelijk een mens uit één stuk. Doe wat je zegt, en wat je gelooft. Bidt als je het moeilijk hebt, richt je op God, die liefdevol is en barmhartig. Bid voor wie ziek is. Vergeef elkaar. En ben je vrolijk, zing dan een loflied, ook dan: richt je op God. Onderhoud je bronnen, zouden wij in het moderne jargon zeggen, en koester dat wat je leven richting geeft. Gelukkig de mens met ontzag voor de HEER, en met liefde voor zijn geboden.

 

 

Bloemen illustratie
Illustratie

Kerkdiensten

Agenda

Actueel

Over ons

Kerkblad 'Onderweg'

Doen

Contact




RSS Feed

powered by Mahieu