2017-08-06 Jakobus 3


Bij Jacobus 3
DZK 6 augustus 2017

In zijn mooie boekje ‘leefregels voor beginners’ schrijft Wil Derkse het nodige over het spreken in de gemeenschap van gelovigen. Uitgangspunt voor het boek zijn de benedictijnse leefregels. Daarin wordt nadrukkelijk aandacht gegeven aan het spreken. Spreek ‘goede woorden’. Schrijft Benedictus voor. Die bouwen op. Die geven mensen eigenwaarde. Die zijn goed voor de gemeenschap. Kwade woorden zijn als kanker, schrijft hij. Ze woekeren door. Ze verzieken het systeem.

De brief van Jacobus is beroemd en berucht geworden vanwege de eenheid van geloof en handelen, die hij verkondigt. Waar Paulus schrijft over God’s genade, over geloof dat je niet verdienen kunt, daar schrijft Jacobus over geloof dat zich ook moet vertalen in je manier van elven, want wat stelt het anders voor. Geloof zonder consequenties, is dood geloof. Blijkbaar was dat de boodschap die nodig was voor de mensen die hij in gedachten had, bij het schrijven van zijn brief.

De eerste twee hoofdstukken van de brief gaan expliciet over daden als vrucht van geloof. Vandaag lezen we door, en begint het met de leraren in de gemeente. Want ook voor hèn geldt dat geloof en handelen bij elkaar horen. Wie een leraar in de gemeente wil zijn, moet dat weten. Geloof je wat je zegt, en doe je wat je gelooft. En wil je daarop aanspreekbaar zijn.

Natuurlijk geldt dat voor alle gelovigen, en u mag zich ook vooral allemaal aangesproken weten. Maar tegelijk moet iedereen die mee leiding geeft aan de gemeente van Christus zich wel rekenschap geven van de verantwoordelijkheid die zij dragen. En van de invloed die je hebt, als je hier staat, bijvoorbeeld. Dan ben je, om met Jacobus te spreken, als dat kleine bit waarmee je een heel paard van richting kunt laten veranderen.

Weet dus wat je zegt, tegen elkaar, want woorden kunnen veel kwaad aanrichten. Meer dan je denkt. En vaak meer dan je direct kunt zien. Want schelden, en pesten, doet wel pijn, woekert soms nog jaren door in het leven van een mens. Lelijke woorden, zijn als dat ene vlammetje, met grote gevolgen. Ook in het leven van de gemeente. En dat geldt niet alleen voor leraren, en voor wie leiding geven.

De leraren in de gemeente hebben daarin een extra grote verantwoordelijkheid, schrijft Jacobus. De consequenties van hun spreken zijn groot. En tegelijk schrijft hij dat daarin niet volmaakt zijn ook bij dat leven hoort. ‘En hoe vaak struikelen we niet allemaal! Wie nooit struikelt in het spreken kan zich een volmaakt mens noemen, die in staat is om zelfs het hele lichaam in toom te houden.’ Dat geeft wat lucht, om het toch ook vandaag weer te wagen met de prediking.’ En de mens te zijn in de toga, die ook niet volmaakt is.

‘Wie van u kan wijs en verstandig genoemd worden?’ Daar komt Jacobus uit, bij de hele gemeenschap. Bij de oproep om te doen wat van ons in de gemeente van Christus verwacht wordt. Om in ons spreken verstandig te zijn en wijs. Jacobus roept op tot de wijsheid van boven, die zuiver is, en vredelievend, mild en meegaand, rijk aan ontferming, die niets dan goede vruchten voortbrengt, die onpartijdig is en oprecht. Grote woorden.

En dan hoort struikelen er blijkbaar ook bij. Maar als we eerlijk zijn wisten we dat al. En zijn we allemaal ervaringsdeskundigen.

Gisteren overkwam mij iets bijzonders. Ik was bezig in huis op te ruimen, en stuitte daarbij op een stapel boekjes die ik vorig jaar had gekocht bij een kerk in Engeland. Uit één van die boekjes viel een boekenlegger, met de titel ‘17th century Nun’s prayer’. Gebed van een non, 17e eeuw. Mooiere woorden bij deze lezing had ik niet kunnen bedenken. Zij kwamen als van boven.

Het gebed van de non is eerlijk. Zij kan met humor en mildheid voor Gods aangezicht naar zichzelf kijken. Ik heb het voor u vertaald, als slotwoord bij Jacobus vandaag.

Het Engelse woord ‘grace’ dat een paar keer in haar gebed voorkomt, is niet zo makkelijk te vertalen. Het betekent ‘genade’, maar ook het veel lichtere ‘elegantie’, of ‘met respect’, misschien wel ‘God’s zachttmoedige wijsheid’ waar Jacobus van spreekt. Het Nederlandse woordje ‘gein’ betekent ook ‘genade’. Ik heb steeds vertaald ‘genade’, maar hoort u daar vooral ook de gein, en de wijsheid, en de zachmoedigheid in mee.

17e eeuw Nun’s Prayer

Bewaar mij voor de fatale gewoonte te denken dat ik
iets te zeggen moet hebben 
over ieder onderwerp enbij elke gelegenheid. 

Verlos mij van het onstuitbare verlangen mij te bemoeien
met alles en iedereen.
Met mijn immense voorraad wijsheid,
lijkt het zo zonde die niet geheel te gebruiken,
maar U weet Heer, dat ik tenslotte
ook nog een paar vrienden overhouden wil.

Houd mijn geest vrij van het reciteren
van eindeloze details. Geef mij vleugels
om ter zake te komen.
Verzegel mijn lippen voor mijn kwalen en pijntjes. 
Zij nemen toe, en het zoete genoegen ze te repeteren 
wordt met de jaren groter.

Ik zou niet durven vragen om zoveel genade 
dat ik met vreugde kan luister naar de verhalen 
van andermans pijn en verdriet, maar help mij 
ze te verdragen met geduld.

Ik zou niet durven vragen om een beter geheugen,
maar wel om toenemende nederigheid, als mijn geheugen
lijkt te botsen met de herinneringen van anderen.

Leer mij de glorieuze les dat ik het af en toe
misschien bij het verkeerde eind heb.
Houd mij redelijk lief en aardig. Ik wil geen heilige zijn -
sommigen zijn zo moeilijk om mee te leven -
maar een verzuurd oud mens hoort tot de beste werken
van de duivel.

Geef mij het vermogen het goede te zien
op onverwachte plaatsen, en in onverwachte mensen.
En geef mij o Heer, de genade hen dàt te zeggen.

Bloemen illustratie
Illustratie

Kerkdiensten

Agenda

Actueel

Over ons

Kerkblad 'Onderweg'

Doen

Contact




RSS Feed

powered by Mahieu