PAASMEDITATIE - Schone handen


Op een terras richt ik mij, samen met een ezel van de boerderij tegenover, op de eerste lentezon. Ik lees de krant en drink een cappuccino, zoals men van mijn generatie gewoon is te doen. En inderdaad, het terras zit vol goed bijgewerkte baarden, houthakkershemden, hoog opgestoken knotjes, te grote doorzichtige brillen en natuurlijk elke minuut een foto van de net geserveerde lunch.

De krant daarentegen staat vol met oorlog, machtsmisbruik, uitbuiting en onmacht: Oost-Ghouta, ‘punish a muslim day’, onveranderd bankiersgedrag, kindermisbruik; dan ben ik nog niet verder dan pagina vier. De rotzooi lijkt te zegevieren richting Pasen.

Op dit vredige terras komt de onwerkelijkheid van al dit lijden opeens hard binnen. Het leven voelt willekeurig, in zekere zin waardeloos, bij zo’n groot contrast. Wat moet ik in Gods naam met al dit lijden? Is er ruimte voor hoop in deze krantenkoppen, die elk jaar gewoon hetzelfde lijken te zijn? De eerste reflex is die van afstand nemen, als Pilatus die zijn handen schoon wast, en het lijden als ‘ver weg’ of ‘lang geleden’ afdoen. ‘Zie hier de mens’ (Joh 19:5) zeg ik met Pilatus mee, dit is nu eenmaal de wereld. Een lied van Wende Snijders komt boven, uit haar theatervoorstelling ‘Mens’:

hetzelfde liedje
het is hetzelfde liedje
er zijn mannen, ze zijn boos 
er is een vlag
je mag jezelf niet zijn
loop mee, ga overstag
doe wat we zeggen

(…)
heb ik me neer te leggen
bij mijn schone handen
zo zacht, godzijdank
liefde van alle kanten
mijn maag vraagt me niets
ik steek de straten over, veilig
ik zit gebeiteld in dit paradijs

toch ben ik gierig in mijn dankbaarheid
ik ben toch zoveel waard
ik voel me waardeloos 

Net als de krant is de weg naar Pasen oneerbiedig gezegd ook telkens weer ‘hetzelfde liedje’. Door de Passion van de EO of de Passion van Bach is er wel verbondenheid met Jezus’ lijden, maar echt begrijpen wat dit lijden betekent doe ik niet. Veel te vaak denk ik bij het horen van het paasverhaal hetzelfde als de voorbijgangers: “Als je de Zoon van God bent, red jezelf dan maar en kom van dat kruis af!" (Matteüs 27:40) Direct daarachteraan komt de eeuwenoude vraag aan God: waarom lijkt u niets te doen aan dit lijden, aan deze ellende?

Als er op deze vraag een sluitend antwoord zou bestaan, dan zou deze al wel gevonden zijn. Veeleer is dit misschien de verkeerde vraag. Uit het evangelie, de ‘goede boodschap’ waarbinnen al dit lijden plaats heeft, blijkt telkens weer dat God zich niet afkeert van het lijden, waar mensen dat vaak wel doen. Er is geen Godsverlatenheid in de ellende. Wanneer de mens niets meer heeft op deze aarde, dan nog heeft hij de liefde van God. 

Juist Gods nabijheid moedigt aan om te geloven, te blijven geloven. Omdat het verhaal van Pasen uiteindelijk een verhaal van hoop, troost en bemoediging is. En omdat dit verhaal zo vreemd krachtig is, dat het ons als gelovigen ook de opdracht geeft om nabij te blijven. Bij wie kwetsbaar is, ongelukkig, ziek, en ga zo maar door. Waar de moderne mens gelooft in een ‘wil tot macht’ of ‘levensdrift’ ten koste van anderen, getuigt Jezus van een mens die leeft uit genade. Een genade die evengoed geldt voor iemand die geniet van de zon op een terras, als voor iemand die in een schuilkelder wanhopig de ellende afwacht. 

En wat dan te doen met de krantenkoppen? Thoughts and prayers zijn het begin, niet wegkijken maar nabij blijven. Daarna ook de handen, die zachte handen, uiting laten geven van die genade. Dat is geloven: met hoofd, hart en handen. 

Chris van Wieren

Bloemen illustratie
Illustratie

Paasmeditatie zoals verschenen in de afgelopen 'Onderweg'

Kerkdiensten

Agenda

Actueel

Over ons

Kerkblad 'Onderweg'

Doen

Contact




RSS Feed

powered by Mahieu